Joetjoep. In navolging van de gratis kranten nu de gratis film. Steeds meer wordt ons gratis aangeboden, klinkt goed. Maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat wij wel degelijk zelf betalen voor ‘gratis’ content.
In november 2006 kocht Google de videowebsite Youtube voor 1,65 miljard dollar. Waarom telt een bedrijf zo veel geld neer voor een gratis te bezoeken website? Op het eerste gezicht verdient Youtube namelijk niets aan de bezoeker.
De website biedt filmpjes aan die door iedereen voor niks zijn te bekijken. Daarmee maak je geen winst. Sterker, Youtube zou verlies moeten draaien, want naast de investeringen in mensen en materiaal lopen er een aantal rechtszaken tegen de website wegens schending van copyright. Dat zorgt weer voor hoge proceskosten. Toch werd het bedrijf in tweeëneenhalf jaar tijd meer dan anderhalf miljard dollar waard.
Zijn het de weldoeners van vandaag, die beloond worden voor hun goede daad? Nee. Op de website staat dat YouTube “…is pursuing advertising as its business model”, dus toch een businessmodel gericht op adverteren. Geen weldoenerij. Zoals de gratis krant Metro regelmatig de hele voorpagina reserveert voor advertenties, zo houdt YouTube haar klantenkring beschikbaar voor de hoogste bieder.
Youtube begon in februari 2005. Na ongeveer een jaar haalde Youtube acht miljoen dollar binnen van investeerder Sequoia Capital, wat het totaal op twaalf miljoen dollar bracht. Daarna werd het partner van E! en G4 Cable Network van Comcast. Dus, ondanks de enorme investeringen en de rechtszaken vanwege de copyright-klachten, was het bedrijf nog interessant voor geldschieters.
Google zag de miljoenen bezoekers van Youtube, de community. En Google kwam, zag en kocht in één klap een enorme afzetmarkt. Youtube heeft het lang zonder advertenties gedaan. Maar sinds eind 2007 staan er dus ook advertenties op, zelfs verwerkt in de gratis filmpjes. Virals steken de kop op.
Wiki alert: Virals, of virale marketing, is een marketingtechniek die poogt om bestaande sociale netwerken te exploiteren om zo de bekendheid van het merk te vergroten of positieve associaties te bewerkstelligen op een wijze die te vergelijken is met een virale epidemie. In die zin lijkt het op mond-tot-mondreclame die versterkt wordt door het internet, waardoor zeer snel en veelal op goedkope wijze een groot aantal mensen bereikt kan worden (dank je wel Wikipedia).
Maar iedere advertentie en reclame wordt betaald van het geld dat wij voor die producten hebben neergelegd. En die producten worden door massa-adverteren dus niet goedkoper, zoals fanatieke marketeers beweren. Nee, ze worden duurder. Bedrijven rekenen de kosten voor het adverteren bovenop de eigenlijke prijs van een product, waardoor die prijs onnatuurlijk hoog wordt.
De theorie van het prijsmechanisme van vraag en aanbod kan hier het raam uit. Wij, de consumenten, financieren rechtstreeks de reclamecampagnes van de grote bedrijven, en we krijgen er dure producten voor terug.
‘Newspapers are read at the breakfast and dinner tables. God’s great gift to man is appetite. Put nothing in the paper that will destroy it.’ W. R. Nelson, uitgever van de Kansas City Star, 1915.
1 response so far ↓
edwin4svj // May 16, 2008 at 5:16 pm
Interessant artikel